Afscheid aan Leiden, uit 'Ik reikhals naar het graf'
door Willem Bilderdijk (1756 -1831)

'k Verlaat u dan, ô dierbaar Leyden,
Voor mij hebt gij geen ruimte meer;
Maar treffend is mijn hart dit scheiden,
En nimmer ziet mijn oog u weêr.
Ach, waarom mocht uw wal-omvademing,
(Mij meer dan eens tot zielverademing
Van uit den knellingneep der smart,)
Naar 't steeds bestendig zielsverlangen,
Den laatsten ademtocht niet vangen
Van dit door 't wee gebrijzeld hart.

Doch gy, ô Leyden, bloem der steden;
Neem dit vaarwel des Grijzaarts aan!
Herdenkt gij me, ô herdenk dit heden,
En zeg: Hij is ter dood gegaan. ñ
Blijmoedig des! Ja, 'k ga blijmoedig:
De weg des grafs zij zacht of bloedig,
De doodvlijm boort ook heen door 't dons.
Vaarwel; en, blijf er van mijn zangen
Nog iets in uwen luchtkring hangen,
Zeg dan: Hij liet zijn hart bij ons.

Zoeken Copyright Terug Contact