| Arbouw |
De voorvaderen van de familie Arbouw waren Hugenoten en heetten oorspronkelijk Harbou.
Zij zaten in de textielindustrie en waren van beroep wevers.
Tijdens de inquisitie is Jacob Harbou met zijn gezin gevlucht uit Rijssel (tegenwoordig Lille geheten).
Harbou vluchtte tezamen met vele andere inwoners van Rijsel naar Leiden waar zij de Waalse kerk stichtten.
|
| Blansjaar |
Dit is een verbastering van Blanchard. In de 17de eeuw is deze achternaam met de intocht van de Walen die vanwege hun godsdienst vluchten in Leiden geïntroduceerd.
|
| Bodrij |
Vermoedelijk is de naam Bodrij een verbastering van de naam Boudry.
Deze naam kwam in de 17de eeuw naar Leiden omdat veel Walen naar Leiden vluchtten omdat zij vanwege hun godsdienst werden vervolgd in hun eigen land.
|
| Burgerjon |
Deze naam is met de Waalse immigratie in Leiden beland, is verbasterd en luidde oorspronkelijk Bourguignon.
|
| Chaudron |
De naam Chaudron zo wordt verondersteld, is meegenomen door Jean Chaudron, afkomstig uit de buurt van Lille. Van beroep is hij lakenwever en hij is vanwege zijn geloof moet hij vluchten en hij vestigt zich in Leiden. Pas in de 19de eeuw verspreiden de Chaudronnen zich ook over de rest van Nederland (Amsterdam, Den Haag en Weert)
Er komen ook variaties op de naam Chaudron voor, zoals Chudront, Coddron, Codrons, Calderon, Kalderon en Gauldront.
|
| Van Duijvenbode |
De naam Van Duijvenbode stamt uit de tijd van de bezetting van Leiden door de Spanjaarden in 1574. Doordat de stad omsingeld was, kon men niet middels de gewone wegen communiceren Willem Cornelisz. Speelman (ca. 1542-1616), luitspeler en organist in de Pieterskerk, bood daarom het stadsbestuur zijn duiven aan. Op deze manier kon het stadsbestuur een briefwisseling blijven voeren met de Prins van Oranje in Delft.
Of het nou kwam door de briefwisseling, maar al snel werd Leiden ontzet doordat de dijken rondom de stad door de Watergeuzen werden doorgebroken. De Spanjaarden namen de vlucht en op 3 oktober 1574 kwamen de Watergeuzen met haring en wittebrood de stad binnen.
De duiven van Willem Cornelisz. waren dus van groot belang voor Leidens ontzet . Jan van Hout, schrijver van de stad Leiden heeft vier jaar na Leidens ontzet, namens de stad Leiden de oorkonde ondertekend waarbij aan Willem Cornelisz. Het recht werd toegekend om zich 'Van Duijvenbode' te noemen. Bovendien werd hem (als eerste burger in de Nederlanden) het recht toegekend om een familiewapen te voeren. Dit wapen bestaat uit de twee rode (kruislings liggende) Leidse sleutels met in elk van de vier kwadranten een blauw duifje. In de wapenbrief staat dit wapen afgebeeld, getekend door de tekenaar Hans Liefrinc.
De brieven die door de duiven zijn verzonden zijn nog te zien in het Leidse museum De Lakenhal. De duiven zelf zijn na hun overlijden opgezet en hebben nog lange tijd de Leidse burgemeesterskamer gesierd.
Tegenwoordig wonen de meeste Van Duijvenbodes echter in Katwijk.
|
| Hanselaar |
Hanselaars die vanuit Hondschoote (tegenwoordig Frankrijk) in de tijd van de Hugenoten naar Leiden zijn gegaan, en vandaar uit zijn gevlogen over heel Nederland.
Bijna alle in Nederland wonende Hanselaars zijn afkomstig uit Leiden.
De schrijfwijze van de familienaam kan verschillen: Hanselaar, van Hanselaer, Anselaer, Hansselaar en soms Ranselaer
|
| Hazenberg |
De Hazenbergs komen oorspronkelijk uit Noord Duitsland. Zij oefenden daar het kleermakersvak uit en kwamen in de 17de eeuw naar Leiden. Reden hiervoor was dat zij aangetrokken werden door de welvaart in de Leidse lakenindustrie
|
| Knotter |
Knotter is een echte oude Leidse achternaam en in de 13de eeuw komt die naam al in Leiden voor.Aangenomen wordt dat de naam Knotter ontleend is aan de lakenindustrie. Het oprollen van wol op een knot, het knotten van wol, werd gedaan door een Knotter.
De naam 'Knotter' is verbasterd tot: Knottern, Knotters, Knotte, Cnotter, Knoter, van Knotter, Knopper, Knoppert, enz.
|
| Kwestroo |
Dit is een verbastering van de Franse naam Questroy, welke rond 1567 uit Armentières werd geïmporteerd.
|
| Van Musschenbroek |
De Van Musschenbroeks waren beroemde wetenschappers uit Leiden.
Peter van Musschenbroek, Leidenaar van geboorte (14 Maart 1692) en hoogleraar in de natuur- en wiskunde is bekend geworden als de uitvinder van de Leidsche flesch (de condensator), het bekende instrument dat bij electische proeven dient.
|
| Pison |
De naam Pison is waarschijnlijk van oorsprong Frans. De Pisons hadden destijds met de handel in lakens te maken en zijn i.v.m.handelsbeperkingen naar Leiden gekomen.
|
| Van Rooy |
Deze naam is geïmporteerd door Walen of Fransen die moesten vluchtten vanwege hun geloof.
Oorspronkelijk luidde deze naam Le Roi, maar is verbasterd tot Van Rooy.
Andere verbasteringen zijn: La Rooi, La Rooy, De la Rooy, De Rooy, de Roo, Laroo, Van Rooy, de Roode
|
| Sjardijn |
De naam Sjardijn is een verbastering van het Franse Jardin. De Jardins waren Walen die vanwege geloofsovertuiging naar Leiden zijn gevlucht
|
| Teljeur |
Oorspronkelijk luidde deze naam Tailleur en is verbasterd tot Teljeur. De naam is meegenomen door de Walen die vanwege hun geloof naar Leiden waren gevlucht.
|
| Van der Werff |
Pieter Adriaansz van der Werff was van 1529 tot 1604 burgemeester van Leiden. Dit was een moeilijke periode want Leiden werd door de Spanjaarden belegerd. Naar deze burgmeester zijn een straat en een park in Leiden genoemd.
Waarschijnlijk waren de vooroudesr van deze Van der Werff werkzaam in de scheepsbouw als bijvoorbeeld scheepstimmerman
|
| Wijnnobel |
Deze naam is een verbastering van de Franse naam Vignoble. De naam is meegenomen door de Waalse immigranten die vanwege hun geloof naar Leiden waren gevlucht. |